Jeanette had van de week de hele week vrij, en dit was een goeie gelegenheid om de camper-trailer aan te haken en de omgeving eens gaan te verkennen.

We hadden toen we nog in Sydney woonde een aantal mooie plekjes gevonden waar we van de omgeving konden genieten en ook de honden mee konden nemen. Honden zijn in Australië niet erg welkom, bijna overal zijn geen honden toegelaten wat mijns inziens een beetje hypocriet is. Helaas zijn dit de regels en limiteren we ons heel erg als we ze mee nemen op vakantie, desalniettemin vinden we het prettig om ze bij ons te hebben dus leren we te leven dat onze mogelijkheden beperkt zijn. Afijn onze favoriete stekjes in Sydney waren toch al snel ruim 3 uur rijden, wat je niet zo gauw doet voor een enkele overnachting. Nu hebben een aantal kennissen ons gewezen op een plekje wat Dalmorton heet en aan een prachtige rivier ligt, wat een zijtak is van de Nymboida rivier waar veelvuldig wild-water rafting wordt gedaan.

Dus gingen we “gepakt en gezakt” richting Dalmorton, wat ons niet veel meer dan 1.5uur nam. Dalmorton is een “Ghost town” wat inhoudt dat alle bewoners het dorpje hebben verlaten en er alleen wat leegstaande huizen staan. Het was inderdaad een schitterende omgeving, waar sommige stukken regenwoud te zien waren. We hadden al snel een mooie plek gevonden waar geen andere ziel was te vinden. Er zijn ook geen faciliteiten, maar dat zijn we wel gewend, daarom hebben we alles bij ons water, douche, eten, etc. Je moet alleen zelf een gat in de grond graven als je je behoefte moetdoen. Jessy was in haar sas en spendeerde bijna de gehele dag in het water, Chicko daarentegen is bang voor water. Na wat tijd in ‘m te hebben gestoken om ‘m ervan te overtuigen dat ie niet bang hoeft te zijn van het water, kwam ie uiteindelijk door het water naar me toe, wat weer een overwinning is voor hem. Toen we Chicko oppikte van het asiel was ie verschrikkelijk bang voor alles wat bewoog, hij was mishandeld en heeft een tijdje gezworven, maar zijn gedrag begint langzaam te veranderen, hij gaat tegenwoordig zelfs naar vreemden toe, wat een grote stap is in de goeie richting. S’avonds koelde het redelijk af dus hebben een lekker kampvuurtje gemaakt. We nemen altijd een kettingzaag mee zodat we voor onze eigen (dood) hout voorraad kunnen zorgen. Omdat het zo afkoelde in de avond, gaf dit de volgende ochtend een prachtige laag hangende nevel boven de rivier, tijdens zonsopgang.

Na een paar daagjes hier heerlijk te hebben gerelaxt hebben we de boel opgepakt en zijn richting Glenn Innes gereden. Dit is een plaatsje met een hoop Keltische geschiedenis, in hoeverre je van geschiedenis kan spreken in Australië. Op de weg heen naar Glenn Innes over de Gwydir Highway werden we nog verrast door het feit dat dat de lokale boer zijn koeien effe wilde laten grazen aan de kant van de snelweg. Je moet weten dat je hier 100Km/u mag rijden, maar eerlijkheidshalve dien ik te melden dat het goed was aangegeven, dus niet echt een probleem. Glenn Innes lig op een hoogte van 1070 meter, wat inhoudt dat het er een stuk kouder is, en daar hadden we niet op gerekend, wat viel dit tegen. We leven denk ik te lang in een warm klimaat en vonden 15 graden met een gure wind niet echt prettig. Desondanks hebben we buiten in een park onze lunch opgegeten met een warm bakkie thee.

Op de terugweg zijn we door Washpool National Park wat onderdeel is van de Gibraltar Range National Park. Toen we weer thuis kwamen kregen we te horen dat de lang geplande afbranding van een gedeelte van ons bos eindelijk aankomend weekend plaats gaat vinden. Dus weer aan de slag om dat allemaal voor te bereiden.